Van een klein wild bloempje in het veld tot een grote pot op
jouw keukentafel. De reis is lang, traag, en vol kleine vleugels.
🐝 Door Mathias📖 Vijf zoete stappen🌻 La Canalosa, in juni
Als ik nu een pot honing openmaak, kijk ik er nooit meer op
dezelfde manier naar. Ik weet dat er honderden kleine reisjes
in zitten: één bij, één bloem, één druppel, dan een andere bij,
een andere bloem, een andere druppel. Het is als een verhaal
met heel veel personages — en elke lepel bewaart een stukje zomer.
Hier is die reis, in vijf stappen, met tekeningen. Elke stap
wordt door veel bijen samen gedaan, allemaal vol energie en zorg.
De bijen slaan met hun vleugels om de nectar te drogen. Langzaam wordt de nectar honing.
Nectar is heel waterig
Wanneer een bij nectar uit een bloem verzamelt, is dat nog geen
honing. Nectar is heel waterig — vol water. Om er honing van te
maken, moet bijna al dat water eruit.
En hier gebeurt iets prachtigs. De bijen gaan binnen in de korf
in rijen staan en slaan dagenlang allemaal samen met hun vleugels.
Ze bewegen zoveel lucht dat het water langzaam verdampt. Het is
een ventilator gemaakt van duizend bijen.
Honing wordt nooit door één bij alleen gemaakt.
Vele bijen maken hem, van mond tot mond,
tot hij eindelijk klaar is.
Als hij klaar is, sluiten ze hem af
Wanneer de nectar bijna al zijn water heeft verloren en honing
is geworden, sluiten de bijen de cel af met een dun dekseltje
van bleke was. De honing blijft veilig bewaard en bederft niet.
Een raat vol gesloten honing, tegen het licht gehouden, lijkt
op een rij kleine gouden raampjes.
Gemaakt met liefde, door de bijen en de natuur.
De vijf stappen van de reis
De bijen verzamelen nectar — ze vliegen van bloem naar bloem en bewaren het in een speciale zak in hun lichaam.
Ze brengen het naar de korf — en nemen ook stuifmeel mee, op hun pootjes geplakt.
Ze geven het door aan elkaar — van mond tot mond, elke bij voegt iets kleins toe.
Ze slaan met hun vleugels — ze bewegen zoveel lucht dat het water in de nectar verdampt en honing wordt.
Ze bewaren de honing en sluiten hem af — met een dun dekseltje van was, klaar voor de winter of voor ons.
We nemen alleen wat ze kunnen missen
Dit vind ik het allerbelangrijkst: we nemen nooit alle honing.
De bijen hebben veel honing nodig om de winter door te komen.
Wij nemen alleen wat ze extra hebben gemaakt — wat overblijft
nadat we eerst aan hen gedacht hebben.
Dus in droge jaren, of in jaren met weinig wilde bloemen, nemen
we bijna niets. In goede jaren, iets meer. Maar de bijen eten
altijd vóór wij dat doen. Dat is de regel.
Elke honing smaakt naar een plek
Als je honing langzaam proeft, kun je proeven waar hij vandaan
komt. Onze rozemarijnhoning — die uit La Canalosa — is bleek en
zacht. Honing van oranjebloesem, van de citrusbomen, is bloemig
en bijna parfumachtig. Berghoning, met wilde tijm en kruiden,
is donkerder en sterker.
Elke pot bewaart de smaak van een plek, een lente, een wind.
Een pot honing is dus als een ansichtkaart van het platteland:
een stukje mei, veilig bewaard tot december.
Vragen die mensen mij vaak stellen
Hoe lang duurt het om honing te maken?
Vanaf het moment dat een bij nectar verzamelt tot de honing in de cel is afgesloten, gaan er twee tot drie weken voorbij. Een enkele bij maakt in haar hele leven (ongeveer zes weken) maar één klein lepeltje honing.
Waarom heeft honing verschillende smaken?
Omdat elke honing de smaak bewaart van de bloemen waar de bijen aan gewerkt hebben. Rozemarijnhoning is bleek en zacht. Oranjebloesemhoning is bloemig. Berghoning, met wilde tijm, is donkerder en sterker. Het is alsof je het hele landschap proeft!
Wordt honing slecht?
Pure honing wordt bijna nooit slecht. Hij kan jarenlang goed blijven. Soms wordt hij hard en bleek — dat heet kristalliseren en is volkomen normaal. Zet de pot gewoon in warm water (niet heet) en hij wordt weer vloeibaar.
Hoeveel honing geeft één korf per jaar?
Een gezonde korf in een goed jaar kan tussen 15 en 30 kilo geven. Maar wij nemen alleen wat ze kunnen missen — hun wintervoorraad blijft altijd in de korf. In sommige jaren nemen we bijna niets, en dat is ook goed.